U bevindt zich hier: Home > KattenVragen?FaqOnzindelijkheid
printervriendelijk:
Terug naar de Homepage van Kattenbescherming Nederland Abonneer u op de nieuwsbrief Ondersteun ons

Kat en onzindelijkheid

De meeste vragen die een kattengedragstherapeut krijgt gaan over onzindelijkheid.

Niet zo verwonderlijk, want het is het meest voorkomende gedragsprobleem bij katten. Daarnaast is het ook nog eens een probleem waar de eigenaar veel hinder van ondervindt. Vragen over het stoppen van onzindelijkheid zijn vaak moeilijk te beantwoorden, omdat er zo veel verschillende oorzaken kunnen zijn waarom een kat onzindelijk is. En omdat markeren met urine en/of ontlasting in feite een onderdeel van normaal kattengedrag is.

Normaal kattengedrag
Sproeien en markeren met urine en ontlasting zijn dus normaal kattengedrag. Katten gebruiken geuren om met elkaar te communiceren. Met deze geur kunnen ze boodschappen doorgeven aan andere katten over o.a.:
- wie er heeft gemarkeerd
- wanneer er is gemarkeerd
- de emotionele / hormonale status van degene die gemarkeerd heeft
- de grenzen van het territorium

Markeren doen katten niet alleen met urine en ontlasting, maar ook door aan voorwerpen te krabben en door kopjes aan voorwerpen te geven. Aan de zijkanten van de kop en onder de pootjes zitten namelijk geurklieren, waarmee ze zogenaamde feromonen afzetten op plaatsen waar ze krabben / wrijven.

Onzindelijkheid
Met onzindelijkheid bedoel ik het in de normale plashouding gaan zitten plassen (of poepen) op een horizontaal oppervlak, met een normale hoeveelheid plas. De kat zoekt dan een alternatieve plasplaats, omdat de kat de kattenbak of plaats waar de kattenbak staat niet wil / durft te gebruiken of omdat de kat een andere plasplaats aantrekkelijker vindt om op te plassen. Heeft een kat eenmaal een aantal malen op een andere plek geplast en dit beviel hem, dan kan er vervolgens sprake zijn van aangeleerd gedrag.

Oorzaken van onzindelijkheid kunnen zijn:
* pijn bij het plassen en/of poepen op de kattenbak, door bijvoorbeeld urinewegproblemen.

Afkeer van (het grit in) de kattenbak, door bijv.:
* het gebruikte grit bevalt de kat niet.
* de kattenbak is niet schoon genoeg.
* de kattenbak is te klein.
* de kat heeft liever geen kap op de kattenbak of juist wel.

Afkeer van de plaats van de kattenbak, door bijv.:
* voerbakjes en drinkbakjes die naast de kattenbak staan.
* geur van andere katten in de kattenbak.
* verhinderen door andere katten (dat de kat de kattenbak gebruikt).
* slachtoffer zijn van gedrag van andere katten.
* slachtoffer zijn van gedrag van andere dieren en / of mensen.
* angst voor andere zaken in de buurt van de kattenbak.

Voorkeur voor een andere plaats dan de plaats van de kattenbak:
* verder weg van andere katten.
* verder weg van lawaai.
* verder weg van activiteit.
* verder weg van andere zaken die de kat angstig maken.

Voorkeur voor een andere ondergrond dan het gebruikte kattengrit:
Katten kunnen een voorkeur voor een bepaalde ondergrond ontwikkelen. Is dit het geval, dan betreft het meestal zachte ondergronden, zoals handdoeken, kussens e.d. Dit soort voorkeuren kunnen katten spontaan ontwikkelen. Toch is er vaak wel een samenhang te vinden met een afkeer van de kattenbak of kattenbaklocatie als eerste aanleiding voor deze keuze. Vervolgens ontwikkelt zich dan de voorkeur voor het plassen / poepen op een andere plaats dan de kattenbak als deze plaats de kat beter bevalt.

Ook verkeerd aangeleerd gedrag als kitten / jonge kat, waardoor de kat al jong een voorkeur voor een andere ondergrond heeft ontwikkeld, komt regelmatig voor, denk aan:
* Kittens die niet op tijd de kattenbak kunnen bereiken en wel zachte kussens op hun pad vinden.
* Katten en kittens, die als ze net nieuw in huis zijn, de kattenbak niet kunnen vinden.
* Katten en kittens, die als ze net nieuw in huis zijn de kattenbak niet durven te gebruiken, omdat ze daarvoor een al in huis aanwezige hond of kat moeten passeren.

Sproeien/markeren
In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt sproeien niet alleen katers. Ongecastreerde katers sproeien wel gemiddeld het meest, maar ook van de gecastreerde katers sproeit nog ca. tien procent en van de poezen ca. vijf procent. Castratie is dus geen garantie tegen sproeien.

Sproeien is herkenbaar aan de houding van de kat. De kat staat rechtop, plast recht naar achteren een kleine hoeveelheid urine en trilt tijdens het sproeien vaak met de staart. Een kat kan markeren door te sproeien, maar daarnaast kan een kat ook zittend markeren in de normale plashouding. Dit markeren kan zowel met urine als ontlasting gebeuren en wordt om dezelfde redenen gedaan als sproeien.

Sproeien (en markeren) in huis is gedrag dat katten vooral vertonen als ze onzeker zijn over hun territorium.

Oorzaken van onzekerheid over het territorium zijn o.a.:
- stress.
- problemen tussen katten onderling in huis.
- problemen met katten buitenshuis.
- teveel katten in huis (sproeien komt vaker voor in huishoudens met meerdere katten, hoe meer katten in huis, hoe groter de kans dat er gesproeid gaat worden).
- vreemde geuren die in huis gebracht worden.
- verlatingsangst.
- verandering van gezinssamenstelling.
- ander levensritme van de eigenaar.
- de manier waarop de eigenaar met de kat omgaat.

NB: Als de kat bewust in het zicht van de eigenaar gaat sproeien, waarbij deze ook vaak de eigenaar ondertussen aankijkt, dan is er bijna altijd sprake van frustratie bij de kat, die verband houdt met het gedrag van de eigenaar t.o.v. de kat.

Behandeling van onzindelijkheid:
- sluit een medische oorzaak uit, dus eerst urine onderzoek en eventueel aanvullend onderzoek door de dierenarts.
- is er geen medische oorzaak, probeer dan te achterhalen wat een andere mogelijke oorzaak is van de onzindelijkheid. Heeft het te maken met voorkeur voor een andere plaats of juist afkeer van de kattenbak of de huidige plaats van de kattenbak? Of is het misschien wel helemaal geen onzindelijkheid, maar sproeien/markeren?
- plaats voldoende kattenbakken verspreid door het huis (gelijk aan het aantal katten +1).
- gebruik kattenbakken die groot genoeg zijn (1 ½ maal de lengte van de kat!).
- maak de kattenbak zo aantrekkelijk mogelijk door een grit te gebruiken dat de kat prettig vindt en deze heel goed schoon te houden.
- zorg bij meerdere katten voor voldoende persoonlijke ruimte voor iedere kat.
- maak de vervuilde plaatsen schoon met schoonmaakmiddel dat geschikt is om urine/ontlastinggeur te verwijderen, zoals een inweekmiddel voor de was. - maak de vervuilde plaatsen na het schoonmaken geurloos, door deze na te spoelen met veel schoon water.
- gebruik eventueel een speciale spray die de geurmoleculen op de plas / poepplaats van structuur verandert, waardoor ze hun geur verliezen (let op dat de spray zelf geen andere geurstoffen bevat!).
- maak de vervuilde plaatsen een tijdje onbereikbaar en zet (indien mogelijk) een kattenbak op of vlakbij deze plaats.
- als de kat markeert, probeer dan te achterhalen wat hier de reden voor is en probeer deze reden weg te nemen/te beļnvloeden.
- als je denkt dat stress / zich onveilig voelen van de kat een rol speelt, kun je ter ondersteuning een feromonenverdamper aanschaffen, maar vergeet niet ook de oorzaak aan te pakken.

Wat je niet moet doen:
- sterke geuren aanbrengen op de plas of poepplaats of schoonmaken met sterk ruikende middelen. De kat zal dit opvatten als een markering die over de zijne is gezet en kan dan niet anders als zo snel mogelijk opnieuw zijn eigen geur op die plaats zetten.
- de kat op de kattenbak zetten en daar vasthouden. Hierdoor krijgt de kat juist een afkeer van de kattenbak.
- de kat straffen. In de praktijk komt de straf altijd te laat en wordt door de kat niet begrepen. De straf zorgt er voor dat de kat zich onveilig gaat voelen of gefrustreerd raakt, gevolg: meer probleemgedrag!
- de gecastreerde kat een hormooninjectie laten geven door de dierenarts. Alleen bij ongecastreerde katten kunnen hormonen een rol spelen bij onzindelijkheid. Bij gecastreerde katten speelt dit geen rol. De hormooninjectie zal het probleem dus niet oplossen, maar heeft wel ernstige bijwerkingen, zowel op de korte als op de lange termijn.

Tot slot
Onzindelijkheid is op te lossen als het lukt om de oorzaak te achterhalen en deze te behandelen en weg te nemen. Daarnaast is het belangrijk dat de kat het verkeerd aangeleerde gedrag weer afleert. Is de kat onzindelijk en is een medische oorzaak door de dierenarts uitgesloten? En lukt het je zelf niet het probleem op te lossen, overweeg dan een kattengedragstherapeut in de arm te nemen om je te helpen. Deze kan dan samen met jou op zoek gaan naar de oorzaken en helpt je het gedrag weer in goede banen te leiden.

Maggie Ruitenberg, kattengedragstherapeut.

Bron: DierZ

To top